Werken met afweermechanismen

De Nederlandse psycholoog Ingeborg Bosch ontwikkelde in 2000 de Past Reality Integration.
Zij beschrijft in haar boek “illusies” het ontstaan van afweermechanismen.

 

Wij leggen het ontstaan van de afweermechanismen in de therapie aan onze clienten uit, zodat ze kunnen begrijpen waar ze in vastlopen.

Wij zijn geen gecertificeerde PRI therapeuten.  

 

Een afweermechanisme is een mechanisme in onze geest dat er voor zorgt dat we pijnlijke ervaringen uit het verleden met de daarbij horende gevoelens en onvervulde behoeftes ontkennen en verdringen. Een afweermechanisme  beschermt ons dus tegen oude pijn uit het verleden.

 

Om het ontstaan van afweermechanismen te begrijpen, moeten we heel ver teruggaan in het verleden.

Om van kind naar een emotioneel gezond functionerende volwassene te groeien hebben ze veel nodig

Kinderen hebben meer nodig dan eten, kleding en onderdak, ze hebben ook behoefte aan lichamelijke en emotionele veiligheid, respect en begrip voor hun eigen identiteit, liefdevolle lichamelijke en emotionele aandacht, steun, troost, stimulans en warmte.

Daarnaast bestaat er een grote behoefte om zich in hun eigen tempo te ontwikkelen door zich te bewegen zoals zij willen, zich te kunnen uiten zoals zij willen en later door te kunnen zeggen wat zij willen, voelen en vinden. Kortom de behoefte om zichzelf te mogen zijn. 

Kinderen, en vooral kleine kinderen, zijn volledig afhankelijk van de verzorging en vervulling van hun behoeftes door hun ouders en andere mensen die zich bezig houden met de verzorging.
Ouders of verzorgers kunnen er niet altijd zijn om het kind te geven wat het nodig heeft.
In het leven van ieder kind kunnen zich situaties voordoen die een vernietigende werking zouden hebben als ze door het kind volledig bewust ervaren zouden worden. Het psychisch afweersysteem zorgt ervoor dat deze pijnlijke ervaringen worden ontkent en verdrongen uit het bewustzijn en daardoor niet gevoeld.
Als kinderen niet krijgen wat ze nodig hebben, krijgt het de logische gedachte dat het aan hem/haarzelf ligt. Ze creëren een nieuwe waarheid, een illusie
Er zijn verschillende manieren waarop we de waarheid kunnen ontkennen, verschillende illusies. Met behulp van deze illusies, waar we heilig in geloven, bouwen we als het ware een muur van afweer om de pijnlijke ervaringen.

 

De afweermechanismen:

Angst                                                                                                                                                                      Angst is een mechanisme, waarbij bij fysiek gevaar een stresshormoon wordt afgescheiden (adrenaline en noradrenaline) dat dient om te kunnen vechten of vluchten. De eerste automatische reactie op een levensbedreigende situatie is een vluchtpoging. Deze vlucht betekent dat er op onbewust niveau geloof is, dat we kunnen ontkomen, dat er nog hoop is. Alleen bij fysiek gevaar is de angst reëel.

 

Als volwassene leidt dit tot irreële angsten:
Angst voor honden, muizen en spinnen, vliegen, hoogtevrees, bepaalde situaties, niet naar een feestje durven, bang zijn om alleen te zijn, bang zijn om je te binden, angst om te trillen, enzovoort.

 

De primaire afweer(PA)
Jonge kinderen zijn hulpeloos en afhankelijk van anderen(de verzorgers) voor de vervulling van hun behoeften. Als die behoeften niet vervuld worden krijgt het kind de logische gedachte dat het aan hemzelf ligt en niet aan de ander. Met als gevolg, dat het negatieve gedachten over zichzelf krijgt.

Als volwassene vind je van jezelf:
dat je niet deugt,
dat er is iets mis met jou,
dat je het niet goed doet,
dat je het niet kan,
dat het allemaal jouw schuld is.

De primaire afweer voelt zwaar, somber, machteloos, hulpeloos en hopeloos.

 

Valse hoop (VH)
Het kind hoopt te krijgen wat het nodig heeft door zich aan te passen aan wat zijn omgeving.

Bij de volwassene is dit terug te zien in:
Aanpassingsgedrag
Perfectionisme
Verantwoordelijk zijn voor het gevoel van de ander
Overbezorgd
Voldoen aan verwachtingen van anderen, geen nee durven zeggen.
Zoeken naar bevestiging/waardering.
Stressklachten.

 

Valse macht (VM)
Het kind legt de schuld bij de ouders neer, zij geven niet wat ik nodig heb.

Als volwassene leidt dit tot:
Gedrag waarbij je de ander veroordeelt, de ander deugt niet…als jij nou maar eens verandert….dan zal het met mij beter gaan.
Irritaties, boosheid, woede tot razernij, cynisme, roddelen en jaloezie.
Een (ver)oordelende superieure houding tegenover anderen.
Slachtoffer voelen van de ander.

Ontkenning van behoeften (OvB)
Het kind zegt dat het helemaal niet erg is dat het niet krijgt wat het nodig heeft en zegt ook tegen zichzelf dat het niets nodig heeft.

Als volwassene leidt dit tot:
Wegredeneren van je eigen behoeften.
Wegstoppen van je gevoelens.
Verdoven van gevoelens, door roken, drinken, eten, te veel werken.
Uitstellen en vermijden.

 

Ons gedrag, ons handelen nu, zijn verbonden met ons verleden, met positieve, minder positieve en zelfs negatieve ervaringen. Die ervaringen zijn op hun beurt weer verbonden met allerlei zintuiglijke waarnemingen en gevoelens. Bij al ons denken en handelen borrelen ze onvermijdelijk weer op. Bewust, maar veel vaker onbewust. Wanneer er een bewuste of onbewuste verbinding is met een negatieve ervaring in het (verre) verleden, ervaren we dat ook in het nu als onaangenaam omdat onze afweermechanismen in werking treden.
 

 
 

De therapeuten van Psychoadvies zijn aangesloten bij de beroepsvereniging NBVH

© 2016 Psychoadvies. Alle rechten voorbehouden.