Transactionele analyse

Transactionele analyse of TA is de term die gebruikt wordt voor de persoonlijkheidstheorie en tevens psychotherapeutische behandelmethode zoals deze is ontwikkeld door Eric Berne in de jaren 50 van de twintigste eeuw.

TA onderzoekt de communicatie tussen mensen en de daaronder liggende overtuigingen en patronen. Daarbij richt TA zich op de onderlinge samenhang van externe en interne processen. Via deze theorie kunnen we gaan begrijpen hoe mensen functioneren en communiceren en hoe zij hun persoonlijkheid uitdrukken in hun gedrag, gedachten en gevoelens.

De TA gaat ervan uit dat ervaringen in de vroege levensjaren ervoor zorgen dat een mens conclusies trekt over zichzelf en zijn omgeving. Deze positieve of negatieve conclusies zijn van invloed op de kwaliteit van de verdere levensloop (het script). Deze conclusies  kunnen als volgt samengevat worden:

  • Ik ben O.K. tegenover Jij bent O.K.
  • Ik ben niet O.K. tegenover Jij bent O.K.
  • Ik ben O.K. tegenover Jij bent niet O.K.
  • Ik ben niet O.K. tegenover Jij bent niet O.K.

In de praktijk van psychoadvies zijn wij erop gericht de scripts te analyseren en door gedragsveranderingen te proberen het script om te buigen. Hierbij worden de doelen van de cliënt zo concreet mogelijk omschreven. De manieren waarop de doelen worden bereikt is per cliënt verschillend, iedereen is immers uniek.

Het model van de Transactionele Analyse gaat er van uit, dat zich in ieder mens 3 delen/aspecten bevinden: de innerlijke Ouder, innerlijke Volwassene en het innerlijk Kind. Deze delen worden ook wel ego-delen genoemd.
Alle gedragingen, gedachten en gevoelens die je bij jezelf en anderen waarneemt kun je plaatsen binnen het model van de ego-delen. Je kunt in één van deze drie ego-delen zijn, we noemen dat dan een ego-toestand.
Als je in contact bent met de gevoelens en ervaringen die betrekking hebben op één van de ego-toestanden, dan vertoon je ook de gedragingen die op dezelfde ego-toestand betrekking hebben. Er is dus een verband tussen gedrag, ervaringen en gevoelens. D.w.z. als je in een situatie terecht komt, welke je onbewust doet herinneren aan iets wat je al eerder hebt meegemaakt, zul je een soortgelijk gedrag vertonen als toen met soortgelijke gevoelens
Je kan vanuit elke ego-toestand denken, voelen en waardeoordelen geven. De Ouder en Kind ego-toestand hebben altijd met het verleden te maken

 

De 3 ego-delen:

De innerlijke Ouder

Dit ego-deel bestaat uit het imiteren van gedrag, gevoelens en gedachten van één van de eigen ouders, of van anderen die ouderfiguren voor je waren. Het betreft dus het totale gedrag van de ouder of ouderfiguren inclusief diens remmingen, redeneringen en impulsen (over wat moet en hoort). Vaak betreft het ook het vellen van waardeoordelen.

Ouder ego-toestand

Zoals je je in het hier-en-nu gedraagt, denkt en voelt op een manier die je hebt overgenomen of gekopieerd van je ouders of andere personen die bij je opvoeding betrokken waren.
Oudergedachten kun je vaak het beste opsporen door je af te vragen: ‘wat hoor ik mijn vader of moeder in mijn hoofd zeggen?’ of misschien behoort de stem in je hoofd aan een ander familielid, zoals een tante, oom, opa of oma of aan een meester of juf op school.

 

De innerlijke ouder is in twee delen onder te verdelen: De kritisch ouder en de verzorgende ouder.

De Kritische Ouder: ( reageert vaak vanuit macht)

In je kinderjaren was er een periode waarin je ouders je vertelden wat je moest doen, waarbij zij je controleerden en bekritiseerden, be(ver)oordeelden, grenzen stelden, zorgden voor discipline, normen en waarden, instructies gaven en straften. Ga naar bed! Loop niet de straat op! Snuit je neus! Bijt niet op je nagels! Dat is knap, dom, goed, stout, eerlijk, niet eerlijk. Als je je gedraagt op bovenstaande manier waarbij je je ouders nadoet zeg je dat je in je Kritische Ouder bent. Je kunt de innerlijke ouder herkennen als je merkt dat je dingen van jezelf ‘moet’ of ‘niet mag’ of als je vanuit hun normen en waarden reageert.

Je bent in je positief Kritische Ouder als je ouderlijke aanwijzingen werkelijk bedoeld zijn als bescherming van anderen of voor hun welzijn. Een arts zou zijn patiënt kunnen opdragen: hou toch op met roken het is slecht voor u!’ Hij herhaalt het soort aanmaning van zijn ouders
Je bent in je negatief Kritische Ouder als de ander gedenigreerd en miskend wordt.
De baas die zijn secretaresse uitfoetert: ‘Je hebt het wéér verkeerd gedaan!’, herhaalt wellicht de toon en de gebaren van de prikkelbare schoolmeester die hetzelfde tegen hem zei toen hij zes jaar was.

De Verzorgende Ouder:( is gericht op zorgen voor)

Bij andere gelegenheden vonden je ouders je lief en zorgden ze voor warmte, steun en liefde. Je moeder knuffelde je misschien. Je vader las je wellicht een sprookje voor.
Als je viel en je knie bezeerde, zou één van je ouders je vast wel troosten en een pleister halen. Als je zulk gedrag nadoet dan zeg je dat je in je Verzorgende Ouder bent.

De positief Verzorgende Ouder omvat het zorgen dat voortkomt uit werkelijk respect voor de geholpen persoon.
De negatief Verzorgende Ouder betekent dat er ‘geholpen’ wordt vanuit een overheersende positie die de ander miskent. Gedrag vanuit de positief Verzorgende Ouder zou kunnen zijn als je bijvoorbeeld tegen een collega op het werk zegt: ‘Heb je daar hulp bij nodig? Laat het mij dan even weten’. Het negatieve tegendeel zou kunnen zijn naar de ander toe te gaan en te zeggen: ‘hé, daar help ik je wel even mee!’, het werk uit haar handen te nemen en het voor haar af te maken.

De innerlijke Volwassene

Vanuit dit ego-deel reageer je op een situatie met al je huidige mogelijkheden. Soms kan je het herkennen aan meer denken. Er is sprake van werkelijkheidsonderzoek en het inschatten van je mogelijkheden in het hier-en-nu. Kenmerkend is dat je een keuzevrijheid van gedrag ervaart.

Volwassene ego-toestand

Je gebruikt hier alle mogelijkheden die je als volwassene ten dienste staan. Gedrag, gedachten en gevoelens zijn een directe reactie op het hier-en-nu, op de gebeurtenissen om je heen. Je ervaart een keuze vrijheid om alle vaardigheden die je geleerd hebt te gebruiken.
Stel jezelf, om de innerlijke Volwassene te onderscheiden van het innerlijk Kind en de innerlijke Ouder de vraag: ‘was dit gedrag, deze gedachten en dit gevoel een adequate manier om als volwassene om te gaan met wat er om mij heen gebeurde?’

De Volwassene: (reageert vanuit kracht)

De Volwassene wordt meestal niet onderverdeeld. Ieder gedrag of elke uitspraak die een reactie is op een situatie in het hier- en- nu waarbij al je volwassen mogelijkheden worden gebruikt noemen we de innerlijke Volwassene. Je reageert doelbewust, adequaat en op basis van (je eigen) argumenten. Bij een reactie vanuit het Volwassen ego-deel heb je oog voor jouw belang en het belang van de ander. Je maakt een afweging en kiest een positie op basis van actuele argumenten. Daarbij voel je je goed,stabiel en zelfverzekerd.
Je wordt daarbij niet gehinderd door oude emoties vanuit het innerlijk Kind en/of de (door jou achterhaalde) normen en waarden van je ouders.

Het innerlijke Kind

Dit ego-deel bestaat uit kinderlijke gedragingen en uit herhalingen van de eigen gedragingen uit de kinderjaren, samen met de daarbij behorende gevoelens en ervaringen. Kinderen (vooral jonge) gaan voornamelijk vanuit een gevoelspositie met de wereld om. Het is ook vaak te herkennen aan meer voelen.

Kind ego-toestand

Als je je gedraagt, denkt en voelt zoals toen je een kind was. Gedrag, gedachten en gevoelens, die vanuit je kinderjaren worden herhaald. Je kunt het makkelijkst je Kind gedachten ontdekken door je af te vragen: wat zei ik in gedachten tegen mijzelf?

Het innerlijke kind is in twee delen onder te verdelen: het aangepaste kind en het vrije kind.

Het Aangepaste Kind

 Als kind paste je je meestal aan, aan de verwachtingen van je ouders of ouder figuren. Je werd aardig gevonden als je je aanpaste aan de mensen en je omgeving en dat leidde tot bevrediging van je behoefte aan liefde. Soms rebelleerde je en deed je precies contra als wat van je verwacht werd. Dit gaf ook een bepaalde bevrediging: ‘ik doe het lekker toch niet’. Dit is ook het aangepaste kind dat streeft naar behoefte bevrediging.

Bijvoorbeeld de behoefte aan erkenning en respect. Je veegde als kind als je alleen was bijvoorbeeld lekker je neus aan je mouw af omdat snuiten met je zakdoek je de keel uit hing. Of soms waren er dagen dat je er zo het land aan had te moeten lachen of rustig te zijn als je moeder in de buurt was, dat je de hele dag chagrijnig bleef, een muur om je heen bouwde of weg liep; dat moesten ze ook maar eens meemaken.
Nu je volwassen bent is het mogelijk dat je op dezelfde manier rebelleert, en vaak ben je je helemaal niet bewust van dit gedrag
We houden ons aan duizenden bestaande regels over hoe te leven en hoe geaccepteerd te worden in de wereld. Meestal denk je er niet zo bewust over na voordat je besluit je eraan te houden. Voordat je de weg over steekt kijk je eerst naar links en rechts op de manier zoals je vader en onderwijzers je gezegd hadden toen je voor het eerst alleen naar school ging. Als je ergens uit eten bent en graag de groente wilt hebben, zeg je ‘alstublieft.’ Je leerde dit als het ware automatisch te doen omdat je terecht begreep dat mensen je onbeschoft zouden vinden als je dat niet deed. En als ze je dan onbeschoft vonden duurde het waarschijnlijk langer voor je de groente kreeg.

Het gedrag vanuit het positieve Aangepaste Kind kan in je voordeel werken. Door je aan bestaande regels te houden krijg je vaak heel gemakkelijk datgene wat je wilt hebben, zowel voor jezelf als voor anderen. En je spaart veel mentale energie. Stel je voor dat je iedere keer dat je aan tafel gaat, je tafelmanieren opnieuw moet uitdenken!

We zijn daarentegen het negatief Aangepast Kind als wij gedrag uit onze kinderjaren herhalen dat niet meer past bij onze volwassen situatie. Als klein kind heb je wellicht geleerd dat pruilen een effectieve manier was om de aandacht van je ouders te krijgen. Als volwassene zal je soms misschien ook gaan puilen in de hoop zo te krijgen wat je wilt. Als je dat doet misken je je volwassen mogelijkheid om direct te vragen om datgene wat je wilt. Het kan ook zijn dat je als kind ervaren hebt dat het niet veilig was om op je eigen (kinderlijke) manier te reageren waar anderen bij waren. Misschien kreeg je een grote mond of een standje van je moeder omdat je niet het gedrag vertoonde dat zij wenste. Of misschien werd je op school wel geplaagd door je klasgenoten als je iets moest voordragen. Als je nu als volwassene gevraagd wordt in het openbaar te spreken, dan ga je misschien blozen, stamelen en stotteren, terwijl je je opgelaten voelt en denkt: ‘ik ben helemaal geen spreker’. In de realiteit van het hier-en-nu ben je waarschijnlijk heel goed in staat om in het openbaar te spreken en is de situatie in geen enkel opzicht riskant voor je. Iedereen vertoont soms gedragspatronen vanuit het negatief Aangepaste Kind. Eén van de doelstellingen van persoonlijke verandering is de vervanging van achterhaalde patronen door nieuwe, die volledig gebruik maken van je volwassen mogelijkheden om te kiezen.

Het Vrije Kind

Gedrag vanuit het Vrije Kind betekent dat je het gedrag uit je kinderjaren vertoont dat los staat van ouderlijke regels of beperkingen. Deze kunnen voor jou, als volwassene soms productief en levensversterkend zijn. Stel dat je bijvoorbeeld vanuit het aangepaste Kind besloot om je aan je ouders aan te passen door nooit te laten merken dat je boos was. Later in je volwassen leven heb je misschien dezelfde strategie gevolgd zonder je daarvan bewust te zijn. Door het opkroppen van je woede ben je wellicht depressief of fysiek gespannen geworden. Stel dat je vervolgens besluit, jezelf toe te staan je woede te uiten. Terwijl je woedend op bijvoorbeeld een kussen slaat mobiliseer je eindelijk de ongeuite energie vanuit het Kind dat je al jaren ingehouden hebt. Waarschijnlijk zal je dan merken dat je je daarna prettiger en meer ontspannen voelt. Velen van ons bereiken op deze manier de volwassen leeftijd, terwijl je de ongeuite Kind gevoelens van verdriet, angst en verlangen naar lichamelijk contact nog in je draagt. Als je deze emoties in een veilige omgeving tot uiting brengt, dan hou je je bezig met het gedrag vanuit positief Vrij Kind.
Bij andere gelegenheden is gedrag vanuit het Vrije Kind duidelijk negatief. Als je bijvoorbeeld tijdens een officieel diner een harde boer laat bevredig je je ongecensureerde Kind neigingen,maar de sociale gevolgen zullen waarschijnlijk onaangenamer voor je zijn, dan wanneer je de boer had binnengehouden Bij wijze van uiterste, zou je gedrag vanuit negatief Vrij Kind kunnen vertonen door op een motorfiets met hoge snelheid over een drukke verkeersweg te rijden, met gevaar voor eigen en andermans leven.

De therapeuten van Psychoadvies zijn aangesloten bij de beroepsvereniging NBVH

© 2016 Psychoadvies. Alle rechten voorbehouden.