Identiteitsstoornissen

Hoe ontstaat een identiteitsstoornis?

 

Ieder mens krijgt bij zijn of haar geboorte kwaliteiten mee. Een aantal daarvan zijn herkenbaar als familietrekken en een aantal lijken door het kind zelf meegebracht te zijn. Het totaal aan kwaliteiten past meestal redelijk in de omgeving van de persoon.
Soms worden ook kinderen geboren die naast de familiekenmerken een aantal krachtige eigen kwaliteiten meebrengen. Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; het ervaart veel meer details in zijn waarnemingen en voelt dingen haarscherp aan. Zolang deze kwaliteiten door de omgeving herkend en gestimuleerd worden om tot ontwikkeling te komen, zal het kind er door kunnen groeien. Zijn deze eigen kwaliteiten door de omgeving niet opgemerkt of gerespecteerd of kunnen ze niet tot ontwikkeling gebracht worden, dan ervaart het kind dit als een ontkenning van de eigenheid en eigenwaarde. Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot vermindering aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen. Hierdoor ontstaat een vermindering aan gevoel van veiligheid.
Om zich veilig te voelen zal het kind zal zich steeds meer gaan aanpassen aan wat de omgeving en de maatschappij van hem verwacht, ten koste van zijn eigen identiteit.

De kwaliteiten die door de opvoedende omgeving als niet relevant worden weergegeven, worden bij het kind niet verder ontwikkeld. Hierdoor zal het steeds verder van zijn eigen identiteit afdwalen, nog meer in verwarring raken en verstrikt raken in zijn denken en voelen. Het zal zich steeds minder begrepen voelen, in een isolement raken en steeds meer de overtuiging krijgen dat het niet oké is. De ander heeft macht over je en daar kun je niets aan doen. Dit proces vindt vooral plaats op onbewust niveau.

Mensen hebben een drang in zich die ervoor zorgt dat de aangeboren kwaliteiten in meer of mindere mate tot ontwikkeling kunnen komen. Bij sommige mensen kan deze drang erg sterk aanwezig zijn, het zal dan naar wegen zoeken om die aangeboren kwaliteiten toch te kunnen ontwikkelen. Als er in zijn omgeving geen ruimte is, ontstaat er en enorme tweestrijd , de ene kant de drang om zijn kwaliteiten tot ontwikkeling te bren-
gen en de andere kant het aanpassen aan wat er verwacht wordt.
Daardoor ontwikkelt het kind compensatiegedrag. Angsten, paniek, fobieën, negatief zelfbeeld, zelfbeschadiging, suïcidaal gedrag, oververantwoordelijk voelen, aanpassingsgedrag, afhankelijkheid, dwanggedachten of gedragingen, uithongering, overeten, woede en verslavingen zijn daar onderdeel van.

De therapeuten van Psychoadvies zijn aangesloten bij de beroepsvereniging NBVH

© 2016 Psychoadvies. Alle rechten voorbehouden.