Angststoornissen

 

Angst is een mechanisme, waarbij bij fysiek gevaar een stresshormoon wordt afgescheiden (adrenaline en noradrenaline) dat dient om te kunnen vechten of vluchten. De eerste automatische reactie van het mechanisme(systeem) op een levensbedreigende situatie is een vluchtpoging. Deze vlucht betekent dat er op onbewust niveau geloof is, dat we kunnen ontkomen, dat er nog hoop is. Alleen bij fysiek gevaar is de angst reëel: alle andere angsten zijn irreëel.

Iedereen is wel eens bang of angstig. Bang zijn is een normale reactie op dreigend gevaar. Als dit gevaar reëel is dan is angst ook te begrijpen en aanvaardbaar.
Soms krijgen mensen angsten in situaties die bedreigend lijken, maar niet zijn, of waarbij de angst niet meer in verhouding staat tot het werkelijke gevaar. We noemen dit irreële angsten.
We kennen de angst voor mensen, dieren, grote of juist kleine ruimten, reizen, examens. Angst voor de toekomst, voor overheersing, studie, falen, slikken, overgeven, loslaten, verlaten worden en nog veel meer vormen.
Angst vreet aan je, het verlamt en veroorzaakt stress. Het maakt je machteloos en ontneemt je je zelfvertrouwen. Dit zorgt ervoor dat je de mensen, dieren, plekken en situaties die angst oproepen gaat vermijden. Vaak gaat het vermijdingsgedrag steeds een stapje verder. Het lijkt even te helpen omdat de angst weg blijft. Maar hiervoor betaal je wel een prijs omdat je steeds meer gaat opgeven. Bovendien houdt het vermijdingsgedrag jouw angst in stand en vermindert de kwaliteit van leven.
Het gevolg van het vermijdingsgedrag is dat je steeds slechter over jezelf gaat denken. Waarschijnlijk voel je je schuldig, een lafaard of dom wanneer je de beslissing hebt genomen om een bepaalde situatie te vermijden.
Angst kan iemands leven zo gaan overheersen, dat de persoon belemmerd kan worden bij het uitvoeren van de gewone dagelijkse taken of zelfs helemaal niets meer durft te doen.

 

De meest voorkomende angststoornissen zijn:

  • Gegeneraliseerde angststoornis
  • Sociale fobie
  • Paniekstoornis
  • Specifieke of enkelvoudige fobie
  • Dwangstoornis
  •  

Gegeneraliseerde angststoornis

Iemand met een gegeneraliseerde angststoornis maakt zich voortdurend erge zorgen over allerlei dingen uit het dagelijks leven, terwijl daar weinig aanleiding voor is. Vaak gebeurt dit onbewust. Je zit bijvoorbeeld steeds in angst over je werk, de kinderen, de vakantie, over wat je allemaal moet betalen of wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.

 

Op momenten dat de angst overheerst, kunnen de volgende klachten ontstaan:
  • hartkloppingen, transpireren, duizeligheid, beven;
  • hyperventilatie, benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst;
  • tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten;
  • misselijkheid of diarree;
  • het gevoel niet meer te weten wie of waar je bent.
  •  

Sociale fobie

De sociale fobie is een angst voor mensen. Hierbij staat centraal de angst door anderen te worden bekeken om vervolgens (kritisch) beoordeeld en veroordeeld te worden met gevolg gezichtsverlies of vernedering. Je bent voortdurend bang dingen fout te doen.
Bekende voorbeelden zijn angst voor spreken in het openbaar, angst om te blozen, angst om te gaan trillen.
Maar ook bestaat angst om met onbekenden in contact te komen, het woord tot iemand te richten, te telefoneren, steeds vanuit de angst iets te doen wat anderen raar zullen vinden. De angst voor contacten met andere mensen kan zover gaan dat je in het dagelijkse leven ernstig belemmerd wordt. Als je bijvoorbeeld de telefoon niet meer durft te pakken of bang bent bekenden tegen te komen op straat, kan dat leiden tot ernstige eenzaamheid. Je streeft er voortdurend naar gevreesde situaties te vermijden. De contacten om je heen worden steeds schaarser en de angst wordt steeds groter.

 

Paniekstoornis

Een paniekaanval is een plotselinge hevige schrik, die gepaard gaat met angstaanjagende lichamelijke verschijnselen. Bij meerdere onverwachte paniekaanvallen is er sprake van een paniekstoornis.
Deze aanvallen kunnen zomaar en overal zonder aanleiding optreden. Je denkt dat je dood gaat of dat je
gek wordt of dat je de controle over jezelf verliest op het moment van de aanval.
De angst voor zo’n aanval blijft bestaan en je zult ten koste van alles dit willen vermijden.

 

De verschijnselen, die kunnen optreden zijn:
  • Het gevoel dat je de controle over jezelf verliest, gek wordt of dood gaat.
  • Zweten, opvliegingen of koude rillingen, hartkloppingen, ademtekort, benauwd gevoel of hyperventilatie,
  • duizeligheid of gevoel flauw te vallen, gevoel te stikken, trillen of beven,
  • misselijkheid of raar gevoel in de maagstreek, pijn of vreemd gevoel in de borst,
  • doof gevoel of tintelingen in de ledenmaten, een wezenloos gevoel

Bij een paniekstoornis kun je last hebben van gedachten dat je een ziekte hebt of krijgt. We noemen dat hypochondrie. De klachten die bij een paniekstoornis horen zorgen ervoor dat je meermalen geruststelling zoekt bij artsen. Het antwoord dat er niets aan de hand is roept vaak meer angst en onzekerheid op. Je voelt het toch steeds.

 

Agorafobie

Oorspronkelijk betekent dit woord pleinvrees, maar de betekenis die er thans aan gegeven wordt is veel ruimer. Het betekent angst voor die plaatsen of situaties, waar je bang bent ernstige, acute lichamelijke klachten te krijgen, zoals een hartinfarct of flauwvallen, zonder weg te kunnen komen of hulp te krijgen.
Er ontstaat als het ware angst voor de angst. Het vermijden kan zulke vormen aannemen dat je tenslotte nergens meer naar toe durft, en zeker niet meer alleen. Slechts met behulp van een partner of anderen durf je soms nog buiten de deur te komen, omdat er dan bij klachten direct hulp mogelijk is.

 

Specifieke of enkelvoudige fobie

Bij een specifieke of enkelvoudige fobie bestaat een irreële angst voor één specifiek object of één specifieke situatie. Bekende voorbeelden zijn hoogtevrees, vliegangst, angst voor bepaalde dieren (zoals honden, katten, spinnen, slangen), angst voor bloed, injectienaalden enzovoort.
Bij deze fobie bestaat er zoveel angst voor een bepaald iets dat je het zoveel mogelijk vermijdt.
Het begint vaak al op kinderleeftijd.

 

Emetofobie:

Apart bespreken we de niet zo bekende emetofobie
Een emetofobie is een aanhoudende en irreële angst voor overgeven en/of anderen te zien overgeven.

 

Lichamelijke klachten bij een emetofobie:
  • misselijkheid;
  • maag- en/of darmklachten;
  • gewichtsverlies en/of ondergewicht.
  •  
Mogelijke psychische en gedragssymptomen:
  • angst voor en/of vermijden van bepaalde situaties en/of locaties (ziekenhuizen, huisarts, restaurants, openbaar vervoer, vliegtuigen);
  • angst voor en/of vermijden van voedsel, drank en/of medicijnen, met als gevolg bijvoorbeeld het overmatig controleren van houdbaarheidsdata;
  • angst voor en/of vermijden van virussen en bacteriën, met als gevolg dwanghandelingen op het gebied van hygiëne (overmatig handen wassen, overmatig wc’s schoon houden);
  • angst voor en/of vermijden van zwangerschap en/of het zorgen voor zieke kinderen;
  • angst voor en/of vermijden van plaatsen waar men niet weg kan, mocht men ziek worden.

Emetofobie wordt nog wel eens verward met anorexia nervosa of smetvrees:
Bij een emetofobie vermijd je eten uit angst voor misselijkheid en overgeven, terwijl bij anorexia nervosa de angst om dik te worden en de wens om af te vallen voorop staat.

Smetvrees (dwang): Bij een emetofobie zijn dwangmatige handelingen bedoeld om het risico op overgeven te verkleinen, terwijl bij smetvrees/dwangmatig schoonmaken het rituelengedrag breder is.

De paniekstoornis en de fobie kunnen apart voorkomen, maar fobieën gaan nogal eens gepaard met paniekaanvallen. Sommige mensen hebben last van meerdere fobieën tegelijkertijd. Als je een paniekaanval hebt gehad, ontstaat er angst voor een nieuwe paniekaanval. Deze angst is vaak zo groot dat je uit alle macht situaties probeert te vermijden, waarin je eerder een aanval hebt gehad.

 

Oorzaken van een angststoornis

 

In principe zijn er vier hoofdoorzaken die tot angst kunnen leiden:
  • één of meer traumatische gebeurtenissen,
  • een opeenstapeling van frustrerende gebeurtenissen,
  • bijzondere gevoeligheden voor prikkels, de hoog sensitive persoon
  • bijgeloof of het magische denken.

Vaak is het een combinatie van deze vier.

 

Vanuit de waarnemingen in de praktijk, blijken omstandigheden waarin men opgroeit een rol te spelen bij niet-traumatische angststoornissen.
Veel angst en dwangstoornissen vinden hun oorsprong in een communicatiestoornis in het vroegste ontwikkelingsstadium van het kind.
Vaak beleeft het kind de dingen veel genuanceerder; ervaart het veel meer details in zijn waarnemingen dan de opvoeder. Het wil juist deze details communiceren, want daarin liggen meestal de accenten voor het kind. Het kind kan een bepaalde beleving met een specifieke kleur hebben, met een vorm of detail uit iets groters, die door de opvoeder niet of onvoldoende opgemerkt of gerespecteerd wordt. Het kind kan zich, door de herhaling van het uitblijven van een adequate reactie, onbegrepen gaan voelen. Een opeenstapeling van onbegrip kan leiden tot gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen en daardoor een gebrek aan gevoel van veiligheid. Het lijkt erop dat persoonlijke en onbewuste voorkeuren, die bijvoorbeeld genetisch bepaald zijn of vanuit de opvoeding versterkt, de ‘keuze’ maken waarin de persoon zijn of haar compensaties vindt. Deze compensaties kunnen zich uiten als angsten al of niet gecombineerd met specifieke dwangmatigheden. 

 

 

De therapeuten van Psychoadvies zijn aangesloten bij de beroepsvereniging NBVH

© 2016 Psychoadvies. Alle rechten voorbehouden.